"Eerbeeksche Hooilanden", een prachtig stukje cultuurhistorie!

Eerbeeksche Hooilanden

J. Grolleman & J.G. Peters

Lendeweg 4a, 6964 CK HALL 

Bouwerij De Imbosch

Jansje Dirkje Burgers (zie: Een familiegeschiedenis) was geboren aan de Imbosch, daarom hier een korte beschrijving van het bijzondere leven in deze “bouwerij”.

 

De Imbosch is het noordelijk deel van landgoed Rosendael (gemeente Rozendaal), 1450 ha groot en gelegen aan de weg van Arnhem naar Apeldoorn, ter hoogte van Terlet, richting Eerbeek. De Imbosch was een ontginningsnerderzetting, “bouwerij” genoemd en is gestart in september 1764 op initiatief van Assueer Jan Torck baron van Rosendael, om de “woeste” gronden van zijn landgoed te ontginnen. De baron wilde de stuifzanden bestrijden, nieuw bos aanleggen, de grond vruchtbaar maken en een beter jachtgebied creëren. Aan het ontwerp van de elkaar kruisende beukenlanen is te zien dat de bouwerij als buitenverblijf werd opgezet. De oude weg van Arnhem naar Zutphen, de Eerbeekse weg, liep dwars door bouwerij de Imbosch.

 

De grove den bleek een boom, die als enige op de schrale grond wilde groeien. De zandgronden werden belegd met heideplaggen om ze wat vruchtbaarder te maken. Daarna werden er dennen ingezaaid of zaalingen uitgepoot. Deze grove den zou later belangrijk worden voor de productie van mijnhout. Voor de aanleg van de bossen waren arbeiders nodig, die mogelijk in de buurt van de ontginning woonden, daar werkten en toezicht hielden.

 

De Imbosch was geschikt voor bewoning omdat de Imboschbeek er stroomde, die dienst kon doen als drinkwatervoorziening. De bosarbeiders waren ook kleine zandboeren en verbouwden akkers met rogge, boekweit en later ook aardappelen voor eigen onderhoud. Weiden waren er niet. Het weinige vee dat men bezat werd geweid op de grazige gedeelten in de heide. De mannen werkten in het bos, de vrouwen en kinderen op het land. Kinderen werden van jongs af bij het werk betrokken, zoals het hoeden van dieren op de heide en het beschermen van de gewassen tegen vraat van het wild.

 

     dubbele arbeiderswoning (anno 1765)

 

De eerste twee huizen werden in 1764 gebouwd (een dubbele arbeiderswoning), in 1840 werd er vlak bij de beek een derde huis (boerderij) gebouwd, in 1848 een vierde huis en in 1858 een vijfde huis (opnieuw een dubbele arbeiderswoning). Een bijzonder gebouwtje was de bakoven. Eens per week werden er grote roggebroden in gebakken. In 1829 woonden er twee gezinnen aan de Imbosch en in de periode 1840-1860 kwamen daar vijf gezinnen bij. Het totale bewonersaantal kwam in 1866 op 45 personen.

 

Ondanks dat de Imboschbewoners te maken hadden met de baron van Rosendael, waren zij in veel opzichten op Eerbeek georiënteerd. Veel geboren Imbosschers die zich blijvend vestigden, waren allen met vrouwen of mannen uit Eerbeek of naaste omgeving gehuwd. Jonge mannen en vrouwen, in de leeftijd van 18-20 jaar, verlieten het ouderlijk huis om elders als knecht of meid te gaan dienen. Als ze de –toen gebruikelijke- huwelijksleeftijd van 30-35 jaar hadden bereikt, kwamen ze terug om het bedrijf over te nemen.

 

    uit het familiealbum: ome Jans (Johannes Buurkes) en tante Drika (Hendrika Burgers) uit de Imbosch, ca 1910

     

 

In 1821 ging ene Johannes Burgers aan de Imbosch wonen. Hij was geboren in Eerbeek, werkte op Deelen en kwam met zijn vrouw Hendrika Beerenschot naar de Imbosch. Hij woonde in de eerste dubbele arbeiderswoning. Drie generaties lang zal deze familie aan bouwerij de Imbosch wonen en werken. Zo gaat na het overlijden van zijn ouders, zoon Gerrit Jan in 1858 met zijn vrouw Hendrika Straalman aan de Imbosch wonen en na het overlijden van haar vader zet in 1877 dochter Hendrika Burgers het bedrijf voort met haar man Johannes Buurkes.

        

                                        

Uit: "De Imbosch, monument in een (natuur)monument", door M.J. Matser